Achtergrond
Materiaal
| De aantrekking van Amsterdam |
|
Godsdienstvluchtelingen uit Antwerpen (16e eeuw) Bij godsdienstvluchtelingen zijn we geneigd te denken aan regimes in een ver land, waar mensen vluchten omdat ze een ander geloof aanhangen dan dat van de heersende meerderheid of omdat ze kritiek leveren op de vigerende godsdienst. Aan schrijver Salman Rushdie bijvoorbeeld, die bescherming kreeg van de Britse staat nadat hij in zijn boek De Duivelsverzen de profeet Mohammed zou hebben beledigd. Bij dat stereotiepe beeld van de wrede, fanatieke Islam vergeten we graag dat onze contreien eeuwenlang geteisterd werden door felle godsdienstoorlogen, waarvoor velen op de vlucht sloegen. Onder hen de Antwerpenaren.
In de 16e eeuw was Antwerpen een welvarende handelstad, een broedplaats van nieuwe ideeën. Het is hier dat in 1520 enkele geschriften van Maarten Luther worden gedrukt. Het protestantisme verspreidt zich snel in brede lagen van de bevolking. De contrareformistische katholieke Kerk houdt de touwtjes echter stevig in handen. Voor andersdenkenden was geen plaats in de Nederlanden. Vorsten als Karel V en Filips II willen niet over ketters regeren. Niet-katholieken rest slechts de brandstapel of emigratie.
Midden 17e eeuw blijken steden als Gouda, Dordrecht en Rotterdam voor maar liefst 40% bevolkt door Vlaamse emigranten van de eerste of tweede generatie. De stad die de grootste aantrekkingskracht uitoefent op de Antwerpenaren, is Amsterdam. Samen met uit Frankrijk gevluchte Hugenoten en uit Spanje verdreven joden dragen de Vlamingen bij aan de Gouden Eeuw van de Nederlanden, een tijdperk van culturele en economische voorspoed. Met dank aan een klimaat van religieuze tolerantie en vrijhandel ontwikkelen de Noordelijke zeven Verenigde Provinciën zich tot een absolute wereldmacht. Belgische emigranten. Anne Morelli e.a. EPO, 1999. |







