|
De voorbije jaren is heel wat boeiende literatuur verschenen over migratie, asielzoekers en vluchtelingen. Wie graag leest, vindt hier een bescheiden selectie van zogenaamde ‘fictie’ verhalen die op een aangename manier verhalen over de thematiek, geschreven vanuit het vluchtelingenstandpunt of met een gezonde dosis empathie. Literatuur over vluchtelingen, vaak ook van vluchtelingen.
In het verfilmde De vliegeraar (De Bezige Bij, 2003) keert de Afghaans-Amerikaanse schrijver Khaled Hosseini terug naar zijn geboorteland. Hij vertelt het verhaal van twee jongens, Amir en Hassan, die gevoed zijn door dezelfde min en samen opgroeien in de hoofdstad Kaboel. Amir hoort tot de bevoorrechte bevolkingsgroep, Hassan is een arme Hazaar, de zoon van zijn vaders dienaar. Bij de jaarlijkse vliegerwedstrijd is Hassan het hulpje van Amir, hij is bereid alles voor hem te doen. Die grenzeloze loyaliteit is niet wederzijds. Wanneer er iets vreselijks gebeurt met Hassan verraadt hij zijn trouwe metgezel. Na de Russische inval vluchtten Amir en zijn vader naar de Verenigde Staten. Amir slaagt er niet in Hassan te vergeten. De ontdekking van een schokkend familiegeheim voert hen uiteindelijk terug naar Afghanistan, dat inmiddels door de Taliban is bezet. Daar wordt Amir geconfronteerd met spoken uit zijn verleden. Zijn voornemen om zijn oude schuld jegens Hassan in te lossen sleept hem tegen wil en dank mee in een huiveringwekkend avontuur.
De gevierde Nederlands-Iraanse schrijver Kader Abdollah schreef met De reis van de lege flessen (De Geus, 1997) een semi-autobiografisch verhaal over het leven van een vluchteling in Nederland. Net als de schrijver, die in 1985 politiek asiel aanvroeg in Nederland, probeert het hoofdpersonage, de Iraanse vluchteling Bolfalzl, in Nederland een bestaan uit te bouwen. Hij probeert greep te krijgen op zijn nieuwe realiteit door deze te verweven met verhalen en herinneringen uit Iran. Totdat de herinneringen niet meer voldoende zijn.
Van de Oegandese Nederlander Moses Isegawa verscheen Voorbedachte daden (De Bezige Bij, 2004), een verhaal dat zich afspeelt in het fictieve Pingeland, zoals het hoofdpersonage Dismas het rijke land noemt dat hem ooit als vluchteling gastvrij ontving. Sinds Blaatpan minister-president van Pingeland is voelt hij zich er steeds minder thuis. Het sociale klimaat wordt grimmiger, asielbeleid en terrorisme bepalen de politieke agenda. Dismas doet er vanuit zijn flat in een rustige buitenwijk ogenschijnlijk afstandelijk verslag van, maar in werkelijkheid gaat in hem de aanstichter schuil van een reeks van aanslagen. Voorbedachte daden is een sterk, met vaart geschreven verhaal waaruit koele woede spreekt, maar ook humor, egoïsme en mededogen.
In Paravion (Prometheus, 2003), bekroond met de Gouden Uil, vertelt de Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza het verhaal van drie generaties in een Marokkaans dorp, die alle drie de naam Baba Baloek dragen. De jongste van hen ziet hoe al zijn dorpsenoten het dorpsleven inruilen voor een leven in Paravion, het land waar ze van dromen, en dat ze geschreven zien op de luchtpakketten die iedere week geleverd worden. Deze pakketten worden verstuurd door de reeds geëmigreerde dorpsgenoten die in Amsterdam wonen. Op deze manier blijft Baba Baloek alleen achter met de vrouwen van het dorp, die uiteindelijk ook kiezen voor een leven in het exotische, onbekende buitenland.
Voor Problemski Hotel (Contact, 2003) liet de nieuwe jonge god van de Vlaamse literatuur, Dimitri Verhulst, zich enkele dagen opsluiten in het asielzoekerscentrum van Arendonk. Wat hij had gezien liet hem niet meer los: de mensen wier dagen en dromen doordrenkt zijn van doorstane gruwelen, de onderlinge spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen, de vernederende omstandigheden in het centrum, de contacten met mensensmokkelaars en de uitzichtloze ontsnappingspogingen – al dan niet in vrachtcontainers waarin zuurstofgebrek soms tot de dood leidt. Het resultaat is fictie die de wrange werkelijkheid zo dicht benadert dat het de lezer onder de huid raakt.
De Amerikaanse auteur Dave Eggers vertelt in Wat is de wat? (Rothschild & Bach, 2007) het waargebeurde verhaal van Valentino Achak Deng, een jongen die vluchteling wordt in het door oorlog verscheurde Zuid-Soedan. Zijn reis, van bijna bijbelse proporties, brengt hem in contact met vijandelijke soldaten, rebellen, hyena’s en leeuwen, ziekte en hongersnood, en de dodelijke murahaleen – dezelfden die op dit moment Darfur teisteren. Het biedt een onthullend en ontluisterend portret van een land in staat van bloedige oorlog, en van een jongen die van de ene in de andere onwerkelijke situatie wordt gekatapulteerd. Spraakmakend, opwindend en hartverscheurend.
De Frans-Marokkaanse auteur Tahar Ben Jelloun schreef met Weggaan (De Bezige Bij, 2006) een actuele en aangrijpende roman over illegale migratie en de menselijke behoefte aan zekerheid en een plek in de maatschappij. Het speelt zich af in Tanger, begin jaren negentig. In een café aan zee staren jongeren, onder wie Azel, naar de Spaanse kust, het eldorado dat zo tergend dichtbij lijkt te zijn. Azel, net afgestudeerd maar zonder uitzicht op werk, is vastbesloten zijn geboorteland te ontvluchten. Miguel, een rijke Spanjaard, wil hem wel meenemen – onder één voorwaarde: Azel moet zijn minnaar worden. Hij gaat in op het aanbod, leidt even een luxe bestaan, maar het verlangen naar vrouwen en naar ‘zijn’ Marokko laat hem niet los. Zijn dromen maken plaats voor de genadeloze werkelijkheid van uitbuiting, drugsmaffia, moord en extremistische moslimbroeders. Een weg terug is er niet…
|